16. Examentraining havo 5: Hoe formuleer ik een goed antwoord op een vraag naar causaliteit?

Aspecten: Historische begrippen, Verbanden leggen
Leerjaren: klas 5

In deze les werken de leerlingen aan het formuleren van een antwoord op een causale vraag. Ze kunnen zelf kiezen met welke inhoudelijk context ze dit doen (de Republiek, Duitsland of de Koude Oorlog. Leerlingen werken in duo’s (door de docent ingedeeld) en krijgen een setje van 11 begrippen passend bij het thema en moeten eerst deze begrippen op een kaartje schrijven en bij elk begrip een definitie geven. Vervolgens maken ze setjes van twee begrippen waartussen ze een relatie kunnen leggen. Vervolgens beschrijven ze de relatie tussen de twee begrippen. Ze moeten hierbij twee woorden kiezen uit een lijst met hulpwoorden voor causaal redeneren (bijvoorbeeld doordat, zodat, motief, versterken, vergroten, bijdragen aan). Hierna krijgen ze de oorzaak-gevolg redenaties van een duo dat met een andere context heeft gewerkt en beoordelen ze elk van de redenaties aan de hand van een beoordelingsformulier. Hierbij wordt vooral gelet op of Nde begrippen goed uitgelegd worden en of er goede ondersteunend taal is gebruikt.

Lesontwerp 16 – Examentraining Beantwoorden Van Causale Vragen

Lesontwerp 16 – Examentraining Verklarende Vragen Leerlingmateriaal

MENU